ECLI:NL:RBBRE:2006:BJ4781
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende, lid van een kerkgenootschap, bracht betalingen aan het genootschap ten laste van zijn winst, waaronder kosten voor begeleiding en scholing. De inspecteur betwistte het zakelijke karakter van deze uitgaven.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende inzicht heeft gegeven in de concrete inhoud van de begeleiding en scholing, waardoor het zakelijke belang niet aannemelijk is gemaakt. Daarnaast zijn uitgaven voor een schilderij niet als kostenpost geaccepteerd omdat het een bedrijfsmiddel betreft waar alleen afschrijvingskosten op in mindering kunnen worden gebracht.
De rechtbank handhaaft de navorderingsaanslag en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.