ECLI:NL:RBBRE:2006:BG6493
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikkingen wegens onvoldoende bewijs opzet bij privégebruik auto
Belanghebbende, directeur-groot aandeelhouder van een vennootschap, voerde beroep aan tegen navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd wegens privégebruik van door de werkgever ter beschikking gestelde personenauto's over de jaren 1998 tot en met 2001.
De inspecteur corrigeerde het belastbaar inkomen vanwege onvoldoende en onjuiste rittenadministraties, en legde boetes op wegens vermeend opzet of voorwaardelijke opzet. Belanghebbende stelde dat er geen privégebruik was en dat de boetes onterecht waren.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat het privégebruik onder de wettelijke drempels bleef, mede door onvolledige en onbetrouwbare rittenadministraties. Echter, de inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd voor opzet of voorwaardelijke opzet, waardoor de boetes werden vernietigd.
De navorderingsaanslagen werden gehandhaafd, omdat het privégebruik niet kon worden uitgesloten. De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en wees het griffierecht toe aan belanghebbende.
Uitkomst: De boetebeschikkingen worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van opzet, maar de navorderingsaanslagen worden gehandhaafd.