ECLI:NL:RBBRE:2006:BF0269
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslagen fosfaat- en stikstofheffing 2002
Belanghebbende, houder van een stal voor 500 fokvarkens, diende voor 2002 een aangifte in met een fosfaatheffing van €0 en stikstofheffing van €3.170. Na controle legde de inspecteur naheffingsaanslagen op van respectievelijk €26.505 en €15.768. Belanghebbende maakte bezwaar, stellende dat de mineralenwetgeving door het Hof van Justitie was verworpen en dat de heffing een te zware sanctie vormde.
De rechtbank oordeelde dat de verwijzing naar het arrest van 2 oktober 2003 geen strijd met EG-recht inhoudt en dat de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch niet van toepassing was op de huidige feiten. De kern van het geschil betrof het niet tijdig melden van de voorraad meststoffen, een vereiste volgens de Meststoffenwet en het Besluit voorraden Meststoffenwet.
Belanghebbende gaf aan dat het onmogelijk was de opslag leeg te maken, maar de rechtbank stelde dat hij zelf verantwoordelijk is voor het leegmaken of anderszins aantoonbaar maken van de voorraad. De rechtbank benadrukte dat zij niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen fosfaat- en stikstofheffing over 2002 wordt ongegrond verklaard.