ECLI:NL:RBBRE:2006:BC4552
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek studiekosten en onderhoudsverplichtingen in inkomstenbelasting 2003
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2003 een bedrag van € 2.500 opgevoerd als aftrek voor studiekosten en € 4.200 als aftrek voor betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen. De inspecteur had deze posten gecorrigeerd en niet in aftrek toegelaten.
De rechtbank oordeelde dat de studiekosten niet waren gemaakt met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning, zodat deze niet aftrekbaar waren op grond van artikel 6.27 van de Wet IB 2001. Ook de opgevoerde onderhoudsverplichtingen bestonden uit premies sociale verzekeringen en solidariteitspremies, die geen onderhoudsverplichtingen zijn zoals bedoeld in artikel 6.3 van de Wet IB 2001. De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel omdat belanghebbende geen aannemelijke toezeggingen van de Belastingdienst kon overleggen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de inspecteur had de aanslag terecht gecorrigeerd. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en beroep in cassatie bij de Hoge Raad, mits aan de formele voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de correctie van aftrek studiekosten en onderhoudsverplichtingen is ongegrond verklaard.