ECLI:NL:RBBRE:2006:BC4544
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht en premie-inkomen sociale zekerheidswetgeving bij grensarbeider
Belanghebbende, woonachtig in België en aandeelhouder van Nederlandse en Belgische vennootschappen, verricht werkzaamheden in België als zelfstandige en in Nederland als werknemer. De inspecteur legde een aanslag Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) op met een fictief premie-inkomen van €38.118, gebaseerd op de gebruikelijkloonregeling.
Belanghebbende betwistte de toepassing van de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving en de hoogte van het fictieve loon, maar kon dit niet onderbouwen met relevante gegevens. De rechtbank stelde vast dat op grond van de Europese Verordening 1408/71 zowel België als Nederland verzekeringsplichtig zijn voor belanghebbende.
De Hoge Raad bevestigde dat het fictieve loon als grondslag voor premieheffing geldt. De rechtbank concludeerde dat de inspecteur het premie-inkomen niet te hoog had vastgesteld en verwierp het beroep. De rechtbank veroordeelde belanghebbende niet tot proceskosten.
De uitspraak werd op 6 november 2006 door mr. J.J.J. Engel in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag WAZ gehandhaafd.