ECLI:NL:RBBRE:2006:BC0858
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen terecht opgelegd wegens kwade trouw bij pensioenpremies
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op voor de jaren 1999 tot en met 2001 omdat belanghebbende onterecht pensioenpremies als aftrekpost had opgevoerd. Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was en dat hij niet beschikte over fiscale kennis. De Inspecteur stelde dat er wel een nieuw feit was en dat belanghebbende wist dat de premies niet aftrekbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur zich niet kon beroepen op een nieuw feit omdat de informatie al bekend had kunnen zijn en dat de Inspecteur onvoldoende nadere vragen had gesteld. Wel stelde de rechtbank vast dat belanghebbende wist dat de premies niet aftrekbaar waren, maar deze toch in aftrek bracht, en dat hij de Inspecteur onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt.
Daarmee was sprake van kwade trouw, waardoor de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd wegens kwade trouw van belanghebbende.