ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ4427
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Holtkamp
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens het onthouden van hulp aan echtgenote met dodelijke afloop
De rechtbank Breda behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van moord op zijn echtgenote door haar van de trap te duwen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire en subsidiaire tenlasteleggingen van moord en zware mishandeling vanwege onvoldoende bewijs van voorbedachte rade en fysiek geweld dat direct tot de val leidde.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zijn vrouw, na een val van de trap waarbij zij ernstig letsel opliep, bewusteloos en hulpeloos achterliet zonder adequate medische hulp in te schakelen. Verdachte had haar geschud en water over haar gegooid, maar koos er vervolgens voor haar aan haar lot over te laten en te gaan slapen.
De rechtbank achtte aannemelijk dat het slachtoffer op het moment van achterlaten nog in leven was en dat het nalaten van hulp direct heeft bijgedragen aan haar overlijden door verbloeding. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren. De rechtbank verwierp het verweer van verminderd toerekeningsvatbaarheid en hield rekening met zijn onverschillige houding en het feit dat hij een first offender was.
De rechtbank gelastte tevens de teruggave van in beslag genomen persoonlijke goederen aan verdachte. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Breda op 27 november 2006.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens het opzettelijk onthouden van hulp aan zijn echtgenote met dodelijke afloop.