ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3398
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Matiging schadevergoeding voor voorlopige hechtenis na vrijspraak
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot schadevergoeding ex artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering van een verzoeker die in verzekering was gesteld en voorlopige hechtenis had ondergaan. De strafzaak eindigde zonder straf of maatregel en de verzoeker werd vrijgesproken door de politierechter op 11 mei 2006.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige hechtenis gerechtvaardigd was vanwege een redelijke verdenking, mede gebaseerd op een verklaring van verzoeker zelf dat hij een portemonnee had gestolen. Hoewel verzoeker stelde dat het om een grap ging, vormde dit geen belemmering voor toekenning van een vergoeding, maar leidde wel tot matiging van het bedrag.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €565, waarvan €275 bestemd was voor de kosten van het verzoekschrift. De overige vergoeding werd gematigd tot €290 op grond van redelijkheid en billijkheid. De beslissing werd gegeven door rechter Kooijman op 24 november 2006.
Uitkomst: De rechtbank kent een gematigde schadevergoeding van €565 toe voor de ondergane voorlopige hechtenis.