ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3390
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schadevergoeding wegens te late indiening
De rechtbank Breda behandelde een verzoekschrift ex artikel 591a Wetboek van Strafvordering tot toekenning van een schadevergoeding aan verzoeker. Het verzoek betrof kosten van rechtsbijstand en andere gerelateerde kosten, ingediend nadat meer dan drie maanden waren verstreken sinds de kennisgeving van het sepot door de Officier van Justitie op 17 december 2005.
Verzoeker stelde dat de late indiening werd veroorzaakt doordat hij had willen afwachten of het slachtoffer tegen het sepot beklag zou doen bij het Gerechtshof. De rechtbank verwierp dit verweer, omdat de mogelijkheid van het slachtoffer om beklag te doen geen reden is om de wettelijke termijn voor het indienen van het verzoek te overschrijden.
De rechtbank oordeelde dat de beslissing van de raadsman om het instellen van een eventueel beklag af te wachten onjuist was en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk. Tevens werd opgemerkt dat indien verzoeker ontvankelijk zou zijn geweest, het verzoek tot vergoeding alsnog zou zijn afgewezen. De beslissing werd gegeven op 10 november 2006 door rechter Kooijman.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzoek tot schadevergoeding.