ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ2989
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoogte eigenwoningschuld in belastingzaak na betwisting inspecteur
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 vanwege een betwiste eigenwoningschuld. De inspecteur stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op €62.701, terwijl belanghebbende aannemelijk maakte dat de eigenwoningschuld hoger moest zijn. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende met schriftelijke bescheiden een bedrag van €5.107,14 aan uitgaven voor verbetering of onderhoud van de woning aannemelijk had gemaakt, maar dat een taxatie van de woning geen bewijs kon leveren voor betaling daarvan.
De rechtbank beperkte zich tot het vaststellen van het inkomen in box 1, omdat de inspecteur geen beroep deed op interne compensatie en de gevolgen voor box 3 buiten beschouwing bleven. Op basis van de verhouding van de eigenwoningschuld ten opzichte van de totale lening werd de aftrekbare rente berekend op €3.571. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €62.283.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende toe, vernietigde de uitspraak op bezwaar en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. De procedure verliep via twee zittingen en de uitspraak werd mondeling gedaan en schriftelijk bevestigd. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting werd verminderd door een hogere vaststelling van de eigenwoningschuld en aftrekbare rente.