ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0771
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schnitzler
- Rechtspraak.nl
Toerekenbare tekortkoming kliniek door foutieve medicatiedosering met woedeaanval als gevolg
Klaus vordert schadevergoeding wegens een toerekenbare tekortkoming van de kliniek, die in augustus 1998 een te hoge dosering van het medicijn Rivotril voorschreef. Klaus kreeg kort na het innemen van deze medicatie een woedeaanval, wat volgens hem niet eerder voorkwam bij gebruik van lagere doseringen. De kliniek betwist het causaal verband en wijst op de aard van Klaus' erfelijke aandoening die ook woedeaanvallen kan veroorzaken.
Tijdens de procedure zijn meerdere getuigen gehoord, waaronder familieleden die het incident bevestigen en verklaren dat Klaus normaal rustig en zachtaardig is. De rechtbank stelt vast dat de kliniek niet heeft gemotiveerd waarom een viermaal hogere dosering werd voorgeschreven en dat Klaus voldoende bewijs heeft geleverd dat de woedeaanval samenhing met het gebruik van de hogere dosering Rivotril.
De kliniek heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het medicijn niet de oorzaak was. De rechtbank wijst een deskundigenbericht af en oordeelt dat er geen reden is tot aansprakelijkheidsverdeling. De kliniek wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade, waarvan de omvang nog nader bepaald moet worden, en tot betaling van een voorschot van €10.000. Tevens worden de proceskosten aan de kliniek opgelegd.
Uitkomst: De kliniek is toerekenbaar tekortgeschoten door een foutieve dosering Rivotril voor te schrijven, wat leidde tot een woedeaanval bij Klaus; de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen.