ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0026
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Heuvel
- Bakx
- Peters
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke werkstraf voor aanmerkelijke onoplettendheid machinist bij treinbotsing
Op 30 september 2004 reed de machinist een reizigerstrein van de Nederlandse Spoorwegen bij Roosendaal. Hij negeerde twee seinen: uitrijsein 176 en sein 216, terwijl laatstgenoemde rood licht gaf. Hierdoor ontstond een botsing met een tegemoetkomende locomotief van NMBS-Cargo, waarbij ongeveer vijftig passagiers en de machinist van de locomotief gewond raakten en materiële schade van circa zes miljoen euro ontstond.
De rechtbank oordeelde dat de machinist aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig handelde door niet voortdurend zijn aandacht bij het seinbeeld te houden. Hoewel het uitrijsein 176 door een bocht aanvankelijk niet zichtbaar was, had hij dit sein later moeten zien. De machinist vertrouwde ten onrechte op het vertreksein van de conducteur en zijn ervaring op het traject, waardoor hij niet stopte voor het rode sein 216.
De verdediging voerde aan dat de schuld niet aanmerkelijk was en verwees naar verwachtingspatronen en de veiligheidssituatie op het emplacement. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het niet waarnemen van de seinen een ernstige fout was. Gezien de ernst van het ongeval, de gevolgen voor de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van de machinist, legde de rechtbank een werkstraf van 120 uur op, waarvan de uitvoering voorwaardelijk werd gesteld met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 120 uur wegens aanmerkelijke onoplettendheid bij het negeren van seinen, leidend tot een treinbotsing met gewonden en materiële schade.