ECLI:NL:RBBRE:2006:AY7605
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid tot heffing verontreinigingsheffing na verplaatsing lozingspunten waterzuiveringsinstallaties
Belanghebbende, rechtsopvolger van het Zuiveringschap, exploiteert twee waterzuiveringsinstallaties (RWZI's) die effluent lozen op zijwateren van de rivier de [rivier]. Medio 1998/1999 zijn de lozingspunten verplaatst naar locaties buiten het stroomvoerend winterbed van de rivier, zoals vastgelegd in de Beleidslijn Ruimte voor de Rivier.
De inspecteur legde aanslagen verontreinigingsheffing rijkswateren op over 2000 en 2001, stellende dat de nieuwe lozingspunten binnen het beheersgebied van het Rijk vallen. Belanghebbende betwist dit en voert aan dat de wateren buiten het stroomvoerend winterbed niet in open verbinding staan met het hoofdwater, waardoor de inspecteur niet bevoegd is tot heffing.
De rechtbank toetst de definitie van 'open verbinding' zoals opgenomen in artikel 2 van Pro het Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren (BAZ) en de toelichting daarop. Zij concludeert dat de nieuwe lozingspunten buiten het stroomvoerend winterbed liggen en derhalve niet in open verbinding staan met het hoofdwater. Het beroep van de inspecteur op fraus legis wordt verworpen omdat de wetgever de heffing koppelt aan de feitelijke plaats van lozing, ongeacht het oogmerk van verplaatsing.
De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar en de aanslagen, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de aanslagen verontreinigingsheffing rijkswateren wegens onbevoegdheid van de inspecteur.