ECLI:NL:RBBRE:2006:AY5927
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Hund
- A.A. den Hartog
- A.J. Kromhout
- Rechtspraak.nl
Verordening baatbelasting bestemmingsplan Bedrijvenlint Veensesteeg 2000 onverbindend wegens bovenwijks karakter voorzieningen
Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak binnen het plangebied van het bestemmingsplan Bedrijvenlint Veensesteeg 2000. De gemeente Aalburg legde een baatbelasting op ter dekking van kosten voor voorzieningen zoals de verbreding van wegen en aanleg van een verkeerssluis. Belanghebbende betwistte de aanslag en stelde dat een deel van de voorzieningen een bovenwijks karakter heeft en derhalve niet tot baatbelasting mag leiden.
De voorzieningen betroffen onder meer de verbreding van een gedeelte van de bestaande wegen, aanleg van een verkeerssluis, aanpassing van gasleidingen, bebording, groenvoorzieningen, riolering en openbare verlichting. De rechtbank oordeelde dat met name de verkeerssluis en de wegverbreding primair dienden ter verbetering van verkeersstromen en de verkeerssituatie, en daarmee een bovenwijks karakter hebben.
De rechtbank stelde vast dat de verkeerssluis de bereikbaarheid van belanghebbende juist beperkt en dat de verbreding van de weg onderdeel is van een bredere verkeersstructuur die niet uitsluitend het plangebied dient. Hierdoor is de verordening baatbelasting onverbindend verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is gedaan na een uitgebreide procedure met bezwaar, beroep en zitting waarbij partijen hun standpunten toelichtten. De rechtbank beantwoordde de kernvraag over het bovenwijkse karakter van de voorzieningen en zag geen aanleiding om de overige vragen te behandelen.
Uitkomst: De verordening baatbelasting wordt onverbindend verklaard vanwege het bovenwijkse karakter van de voorzieningen.