ECLI:NL:RBBRE:2006:AY3805
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet toewijzen beroep tegen naheffing overdrachtsbelasting wegens afstand zakelijk recht gebruik en bewoning
Belanghebbende en zijn broer bezitten de bloot eigendom van een onroerende zaak waarvan hun ouders een zakelijk recht van gebruik en bewoning hebben. Op 7 november 2003 heeft de moeder, als langstlevende ouder, om niet afstand gedaan van dit recht. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, gebaseerd op een waarde van € 61.758 voor het zakelijk recht.
Belanghebbende betwistte de waarde en stelde dat deze nihil of lager dan € 50.700 was, mede omdat de woning ten tijde van de afstand verhuurd was aan een kleindochter tegen een onzakelijke lage huurprijs. De rechtbank oordeelde dat de verhuur binnen de familiekring en tegen een onzakelijke prijs niet in de waardering meegenomen hoeft te worden.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de waarde van het zakelijk recht correct was vastgesteld, rekening houdend met exploitatiekosten, duur van het recht en rente. De stelling van belanghebbende dat het recht geen nut had, werd verworpen omdat de waarde in het economisch verkeer bepalend is.
De rechtbank wees het beroep af en verklaarde het ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.