ECLI:NL:RBBRE:2006:AY3612
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Kralingen
- De Bruijn
- Holtkamp
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor productie van synthetische drugs en bezit verboden wapens
De rechtbank Breda heeft een man veroordeeld tot drie jaar en zes maanden gevangenisstraf voor het produceren van synthetische drugs te Lith in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 9 oktober 2005, en voor het bezit van twee vlindermessen en een patroon munitie. De zaak is strafrechtelijk interessant vanwege het gebruik van artikel 187d van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de rechter-commissaris bepaalde antwoorden kon afschermen om een zwaarwegend opsporingsbelang te beschermen.
De verdediging voerde aan dat de start van het opsporingsonderzoek onduidelijk en niet rechtmatig was, mede doordat belangrijke vragen onbeantwoord bleven vanwege het opsporingsbelang. De rechtbank oordeelde echter dat er vóór 7 oktober 2005 geen redelijk vermoeden van een strafbaar feit bestond en dat het onderzoek in een proactieve fase zat. De rechter-commissaris heeft onafhankelijk getoetst dat het opsporingsonderzoek rechtmatig was gestart, waardoor het verweer werd verworpen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte samen met anderen een aanzienlijke hoeveelheid amfetamine heeft geproduceerd, ongeveer 225 kilogram, goed voor 750.000 gebruikerseenheden. Verdachte speelde niet de hoofdrol in het productieproces. Naast de productie van drugs werd hij ook veroordeeld voor het bezit van verboden wapens. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een strafblad en financiële problemen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 3,5 jaar op, lager dan de door het Openbaar Ministerie gevorderde 5 jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden voor productie van synthetische drugs en bezit van verboden wapens.