ECLI:NL:RBBRE:2006:AX7130
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering en vergrijpboete wegens onterechte aftrek onderhoudskosten monumentenpand
Belanghebbende, eigenaar van een woning die niet is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister, claimde in de aangifte inkomstenbelasting 2000 onterecht aftrek wegens onderhoudskosten van een monumentenpand. De inspecteur stelde navorderingsaanslagen vast voor 1997 en 2000 en legde een vergrijpboete op wegens kwade trouw.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende en zijn professionele gemachtigde wisten of hadden moeten weten dat de woning niet als monument was geregistreerd en dat de aftrek daarom niet mogelijk was. Het handelen van belanghebbende werd gekwalificeerd als voorwaardelijke opzet en kwade trouw, waardoor de navordering en boete terecht waren opgelegd.
Belanghebbende voerde aan dat er geen nieuw feit was en dat de woning door de gemeente als monument werd aangemerkt, maar deze stelling werd niet onderbouwd. De rechtbank verwierp het beroep en achtte de boete passend en geboden, zonder aanleiding tot matiging of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en vergrijpboete worden bevestigd.