ECLI:NL:RBBRE:2006:AX2453
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid stuwadoor voor schade aan trailer tijdens lossen lading
Op 3 december 2003 is tijdens het lossen van een lading op het terrein van gedaagde schade ontstaan aan de trailer van vervoerder [betrokkene]. Eiseres, als cascoverzekeraar van de vervoerder, vordert vergoeding van de schade en expertisekosten van gedaagde, stellende dat gedaagde onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij het lossen. Gedaagde voert verweer dat de CMR-verordening van toepassing is en de vordering verjaard is, dat de algemene voorwaarden van de Vereniging van Rotterdamse Stuwadoors (RSC 1976) van toepassing zijn met derdenwerking, en betwist de vorderingsgerechtigdheid van eiseres en de schadeomvang.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde als stuwadoor een buiten het vervoer staande derde is, waardoor het CMR-verdrag niet van toepassing is op de vordering. Het beroep op derdenwerking van de stuwadoorscondities wordt gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing. Het subsidiaire verweer van niet-vorderingsgerechtigdheid wordt gepasseerd omdat dit niet primair is aangevoerd. De toedracht van de schade is niet voldoende vastgesteld; de stelling van onzorgvuldig handelen door gedaagde is niet komen vast te staan. Daarom wordt eiseres toegelaten tot bewijslevering omtrent de zorgvuldigheid bij het lossen.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan en bepaalt dat eiseres uiterlijk op de rolzitting van 7 juni 2006 schriftelijk moet aangeven hoe zij het bewijs zal leveren. De zaak wordt aangehouden in afwachting van de bewijsvoering.
Uitkomst: Eiseres wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent onzorgvuldig handelen bij het lossen; verdere beslissing wordt aangehouden.