ECLI:NL:RBBRE:2006:AV9151
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonheffing over uitkering uit collectieve 24-uurs ongevallenverzekering
Belanghebbende, werknemer bij een werkgever die een collectieve ongevallenverzekering met 24-uursdekking heeft afgesloten, ontving een uitkering wegens een privé-ongeval buiten werktijd waarbij hij een deel van zijn vingers verloor. Over deze uitkering werd loonheffing ingehouden. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de aanspraak op de uitkering belast had moeten worden, niet de uitkering zelf.
De rechtbank analyseerde de toepasselijke wetgeving, met name artikel 11 lid 1 onderdeel Pro h van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 44 van Pro de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. De rechtbank concludeerde dat artikel 11 lid 1 onderdeel Pro h Wet LB een ruimere reikwijdte heeft dan artikel 44 UR Pro LB 2001, omdat het betrekking heeft op ongevallen gedurende de volle 24 uur, terwijl artikel 44 UR Pro LB 2001 beperkt is tot ongevallen tijdens werktijd.
De rechtbank verwierp de stelling van belanghebbende dat de uitkering onbelast zou moeten zijn en bevestigde dat de omkeerregel van toepassing is: de aanspraak is vrijgesteld, maar de uitkering zelf behoort tot het loon en is belast. Ook de subsidiaire stelling dat de uitkering als bovenbronnelijk inkomen zou moeten worden aangemerkt, werd verworpen. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de loonheffing op de uitkering terecht is ingehouden.