ECLI:NL:RBBRE:2006:AV5646
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G.M. Wouters
- Rechtspraak.nl
Leeftijdsdiscriminatie bij duur verblijf buitenland met behoud van bijstand
Eiser en zijn echtgenote ontvingen een bijstandsuitkering als echtpaar. Eiser meldde dat zij van 26 februari tot 4 mei 2004 in het buitenland zouden verblijven. Omdat zij langer dan de toegestane vier weken buiten Nederland verbleven, beëindigde verweerder de uitkering per 27 maart 2004. Na een wetswijziging werd de uitkering herzien en voortgezet naar de norm van een alleenstaande, omdat de echtgenote jonger was dan 57,5 jaar.
Eiser stelde dat het onderscheid in toegestane verblijfsduur op grond van leeftijd discriminerend is volgens artikel 26 IVBPR Pro, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank stelde vast dat aan de echtgenote volledige ontheffing van arbeidsverplichtingen was verleend en dat het leeftijdsafhankelijke onderscheid geen redelijke en objectieve gronden kent.
De rechtbank oordeelde dat artikel 13, vierde lid, van de Wwb in dit geval buiten toepassing blijft wegens strijd met het discriminatieverbod. Verweerder moet het besluit herzien, de bijstand over de gehele periode als echtpaar toekennen en wettelijke rente vergoeden. Het verzoek om overige schadevergoeding werd afgewezen en proceskosten werden niet toegewezen omdat eiser hier geen aanspraak op maakte.
Uitkomst: Het leeftijdsafhankelijke onderscheid in verblijfsduur buiten Nederland met behoud van bijstand is onrechtmatig en het bestreden besluit wordt vernietigd.