ECLI:NL:RBBRE:2006:AV4224
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens schending hoor en wederhoor bij naheffing loonbelasting
Belanghebbende was het niet eens met een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2000 tot en met 2002, inclusief een verzuimboete en heffingsrente. Tijdens de bezwaarprocedure werd belanghebbende niet correct gehoord, omdat één van de personen die het horen verrichtte betrokken was bij de voorbereiding van de naheffingsaanslag, hetgeen in strijd is met artikel 7:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelde dat hierdoor belanghebbende in haar procesvoering is benadeeld. Omdat er nog onenigheid bestond over de feiten en de waardering daarvan, werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en werd de inspecteur opgedragen een nieuwe uitspraak te doen met inachtneming van de juiste hoorprocedure.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en het terugbetalen van het griffierecht. De rechtbank wees erop dat partijen binnen zes weken hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof of beroep in cassatie bij de Hoge Raad, mits de wederpartij daarmee instemt.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van artikel 7:5 Awb en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing.