ECLI:NL:RBBRE:2005:AT8559
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van huursubsidie weigering wegens te hoog rekenvermogen en mandaatbevoegdheid
Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit waarbij haar huursubsidie werd geweigerd omdat haar rekenvermogen volgens de Belastingdienst te hoog was vastgesteld op €46.853, wat boven de toegestane grens van €35.200 lag. Zij betoogde dat het werkelijke vermogen lager was door het vruchtgebruik van haar ouders op de woning en dat dit vermogen niet vrijelijk beschik-baar was, waardoor het niet meegewogen mocht worden.
De rechtbank oordeelde dat het rekenvermogen conform de Huursubsidiewet en de Wet inkomstenbelasting moest worden vastgesteld op basis van de gegevens van de Belastingdienst. De door eiseres voorgestelde correcties konden in deze procedure niet worden meegenomen. Daarnaast werd bevestigd dat het mandaat voor het nemen van het bestreden besluit rechtsgeldig was, mede door een recente wijziging in de Regeling ondermandaat Directoraat-Generaal Wonen.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en verklaarde het ongegrond, waarbij werd benadrukt dat de hardheidsclausule niet van toepassing was op de situatie van eiseres en dat het beleid omtrent bloot eigendom en vruchtgebruik niet onredelijk was. Het besluit tot weigering van huursubsidie bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van huursubsidie wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.