ECLI:NL:RBBRE:2005:AT7924
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel bij toepassing Vinkenslagregeling in inkomstenbelasting
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2003, waarbij hij zich beroept op het gelijkheidsbeginsel. Hij stelt dat hij fiscaal gelijk behandeld moet worden als belastingplichtigen die onder meer gebruik maken van de Vinkenslagregeling en andere fiscale regelingen en praktijken.
De rechtbank heeft ter zitting vastgesteld dat eiser zich uitsluitend beroept op het gelijkheidsbeginsel voor zover sprake is van begunstigend beleid, en niet op een oogmerk van begunstiging door de inspecteur. De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat voor toepassing van het gelijkheidsbeginsel sprake moet zijn van vergelijkbare gevallen die gunstiger zijn behandeld, dat die gunstiger behandeling berust op beleid van de belastingdienst en dat dit beleid een begunstigend karakter moet hebben.
De rechtbank oordeelt dat verweerder, de inspecteur, heeft gesteld en eiser bevestigt dat er geen oogmerk van begunstiging was bij het toepassen van de Vinkenslagregeling en andere genoemde regelingen. Hierdoor faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel reeds. De rechtbank ziet geen aanleiding om de overige vereisten te beoordelen en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak is op 23 juni 2005 in het openbaar gedaan door de rechtbank Breda, sector bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen blijft ongewijzigd.