ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3983
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Cohen-Koningsveld
- Luijks
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen en medeplichtigheid moord en lijkverbergen
Op 26 mei 2004 werd Tinka van Rooij meermalen met een hamer op haar hoofd geslagen en om het leven gebracht. Haar lichaam werd daarna in zeil verpakt en in De Biesbosch in het water gedumpt. Verdachte was op de hoogte van de moordplannen en de locatie waar het lichaam zou worden gedumpt. Hoewel de plannen vaak in haar woning werden beraamd en zij aanwezig was bij besprekingen, was zij niet lijfelijk aanwezig bij de moord of het verbergen van het lichaam.
De rechtbank oordeelde dat de vereiste bewuste en nauwe samenwerking voor medeplegen niet bewezen kon worden. Ook medeplichtigheid werd niet bewezen, omdat verdachte geen ondersteunende handelingen voor of tijdens het misdrijf had verricht. Het schoonmaken van de auto met chloor na de moord was moreel verwerpelijk maar strafrechtelijk niet voldoende voor medeplichtigheid.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering tot gevangenneming werd afgewezen en de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en medeplichtigheid aan moord en lijkverbergen.