ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3978
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Cohen-Koningsveld
- Luijks
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf voor medeplegen moord en lijkverberging
De rechtbank Breda heeft verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van de moord op Tinka van Rooij, die op 26 mei 2004 meermalen met een hamer op het hoofd werd geslagen, wat leidde tot haar overlijden. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor medeplegen van het wegvoeren en verbergen van het lichaam met het oogmerk het overlijden te verhullen.
De bewijslast berustte op verklaringen van medeverdachten, eigen verklaringen van verdachte en andere bewijsstukken, waaronder voorbereidingen zoals het aanschaffen van kettingen en een stroomstootwapen, het bekijken van dumpplaatsen en het gebruik van mobiele telefoons voor communicatie tijdens de moord. Verdachte stond op uitkijk en hielp bij het uitwissen van sporen.
De rechtbank verwierp het verweer dat verdachte onder ongeoorloofde druk stond tijdens verhoren en concludeerde dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is. De rechtbank achtte de moord een buitengewoon ernstig feit dat diepe impact had op de nabestaanden en de samenleving.
De straf is bepaald op twaalf jaar gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit, de rol van verdachte en zijn eerdere strafblad. Daarnaast is verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €7.672,40 aan de benadeelde partij, met een aanvullende vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en lijkverberging met een schadevergoeding aan de benadeelde partij.