ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3313
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenvergoeding bij niet tijdig beslissen op aanvraag aanvullende WWB-uitkering
Eiser diende eind juli 2004 een aanvraag in voor een aanvullende uitkering op grond van de WWB bij de gemeente Tilburg. Nadat verweerder niet binnen de wettelijke termijn had beslist, stelde eiser op 1 oktober 2004 bezwaar in tegen het uitblijven van een beslissing. Verweerder verklaarde het bezwaar gegrond maar wees het verzoek om kostenvergoeding af, omdat volgens hem geen primair besluit was herroepen.
De rechtbank constateerde dat verweerder niet binnen de gestelde termijn had beslist en dat eiser niet op de hoogte was gesteld van enig uitstel. Dit werd als onzorgvuldig beoordeeld. Omdat verweerder alsnog op 9 december 2004 een beslissing nam, had eiser in principe geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen, maar wel bij het verzoek om kostenvergoeding.
De rechtbank verwierp de redenering van verweerder dat kostenvergoeding alleen mogelijk is bij herroeping van een primair besluit. Zij oordeelde dat het niet tijdig nemen van een besluit en het alsnog nemen van een inhoudelijke beslissing als herroeping van de situatie van het niet tijdig beslissen moet worden gezien. Daarom werd het beroep gegrond verklaard voor zover het verzoek om kostenvergoeding betreft en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente Tilburg tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag.