ECLI:NL:RBBRE:2005:AS4071
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst onregelmatig opgezegd, schadevergoeding en vakantievorderingen toegewezen
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en B&J Group over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de daaruit voortvloeiende vorderingen. [eiser] stelt dat het ontslag vernietigbaar is en vordert loonbetaling tot het einde van de overeenkomst, terwijl B&J Group betwist dat het BBA van toepassing is en voert verjaring en onvoldoende onderbouwing aan.
De kantonrechter oordeelt dat het BBA niet van toepassing is omdat onvoldoende Nederlandse arbeidsmarktbelangen bij het ontslag betrokken zijn. De arbeidsovereenkomst bevatte geen tussentijdse opzegmogelijkheid, waardoor de opzegging onregelmatig was en B&J Group schadeplichtig is op grond van artikel 7:677 lid 4 BW Pro. [eiser] heeft gekozen voor volledige schadevergoeding.
De vorderingen tot loon en overuren worden echter afgewezen wegens verjaring, terwijl vakantiebijslag en vakantiedagen binnen de verjaringstermijnen zijn gevorderd en daarom worden toegewezen met wettelijke rente. De vordering tot onkostenvergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot verstrekking van loonspecificaties wordt eveneens afgewezen omdat het toegewezen deel niet als loon wordt beschouwd. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering loon en overuren afgewezen wegens verjaring, vakantievorderingen en wettelijke rente toegewezen, onkostenvergoeding en loonspecificaties afgewezen.