ECLI:NL:RBBRE:2004:AR6222
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 1:88 BW op effectenlease-overeenkomst als huurkoopovereenkomst
De zaak betreft de vraag of een effectenlease-overeenkomst als een huurkoopovereenkomst kan worden aangemerkt en daarmee onder de werking van artikel 1:88 BW Pro valt. [Eiser] stelt dat de overeenkomst die haar echtgenoot met de bank sloot zonder haar toestemming is aangegaan en daarom vernietigbaar is. De bank betwist dit en stelt dat de overeenkomst niet kwalificeert als koop op afbetaling en dat toestemming niet vereist is.
De kantonrechter volgt het standpunt van [eiser] en verwijst naar eerdere jurisprudentie die bevestigt dat vermogensrechten zoals aandelen vatbaar zijn voor koop op afbetaling. De feitelijke levering vond plaats door bijschrijving in de administratie van de bank, wat volgens de kantonrechter voldoende is voor aflevering in de zin van de wet. Ook is sprake van een plan van regelmatige afbetaling, ondanks dat betalingen deels uit rente bestaan.
De bank vordert in reconventie een vergoeding op grond van artikel 6:278 BW Pro, maar deze vordering wordt afgewezen omdat [eiser] geen partij is bij de overeenkomst en de vernietiging tijdig is ingeroepen. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] toe, veroordeelt de bank tot terugbetaling van de reeds gedane betalingen met rente en incassokosten, en verklaart de overeenkomst vernietigd.
Uitkomst: De effectenlease-overeenkomst is vernietigd en de bank is veroordeeld tot terugbetaling van betalingen met rente en incassokosten.