ECLI:NL:RBBRE:2004:AR5929
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 1:88 BW op aandelenleaseovereenkomst bevestigd
In deze zaak vordert Dexia Bank Nederland N.V. betaling van een bedrag van €4.540,01 van gedaagde, voortvloeiend uit een aandelenleaseovereenkomst gesloten in 1998. Gedaagde betwist de vordering en voert onder meer aan dat hij zich misleid voelt en dat zijn geregistreerde partner de overeenkomst niet heeft medeondertekend, wat volgens hem relevant is op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW.
De kantonrechter stelt vast dat Dexia rechtsopvolgster is van eerdere vennootschappen en dat de overeenkomst onder de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease valt. De overeenkomst hield in dat gedaagde gedurende 120 maanden maandelijkse betalingen moest verrichten, met een eindafrekening na verkoop van de aandelen.
De rechter bevestigt de toepasselijkheid van artikel 1:88 lid 1 onder Pro d BW op aandelenleaseovereenkomsten, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam. De beschermingsfunctie van het toestemmingsvereiste geldt voor de gehele wettelijke regeling van koop op afbetaling, inclusief vermogensrechten zoals aandelen.
Omdat gedaagde niet heeft aangetoond dat zijn partner de rechtshandeling tot het aangaan van de overeenkomst heeft vernietigd en niet heeft gesteld dat sprake is van een geregistreerd partnerschap, wordt hij in de gelegenheid gesteld dit nader te bewijzen. De beslissing wordt aangehouden om partijen de kans te geven hierop te reageren.
Uitkomst: Beslissing aangehouden om nadere bewijsstukken over vernietiging door partner en geregistreerd partnerschap te laten overleggen.