ECLI:NL:RBBRE:2004:AR2794
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van vordering wegens ontbreken spoedeisend belang in kort geding over loonvordering
Eiser, voormalig chauffeur bij ’t Schipke Transport B.V., vorderde in kort geding betaling van een bedrag van €1.804,88 netto aan loon, vakantiedagen, vakantiegeld en overwerk, vermeerderd met een schadevergoeding en proceskosten. ’t Schipke stelde zich op het standpunt dat zij het bedrag mocht verrekenen met schade veroorzaakt door zoekgeraakte pakketten waarvoor zij eiser aansprakelijk hield.
De kantonrechter stelde vast dat eiser per 1 augustus 2004 uit dienst was getreden en inmiddels bij een ander transportbedrijf werkzaam was met inkomsten. De vordering betrof een eindafrekening over juli 2004, en ’t Schipke had tot die datum aan haar betalingsverplichtingen voldaan.
Omdat eiser geen spoedeisend belang kon aantonen voor een onmiddellijke voorziening in kort geding, werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van ’t Schipke.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang bij loonvordering.