ECLI:NL:RBBRE:2004:AP8503
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Heuvel
- Van Oijen
- Vos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak opzet en veroordeling nalatigheid en lijkverbergen bij overlijden pasgeboren baby
De rechtbank Breda behandelde de zaak tegen verdachte die haar pasgeboren zoontje in een bad had laten liggen, wat leidde tot zijn overlijden door inademing van water. Verdachte werd beschuldigd van opzettelijke doodslag, nalatigheid en het verbergen van het lijkje.
Uit het onderzoek bleek dat de baby gezond was bij geboorte en dat de dood pas na de geboorte was ingetreden. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor opzet en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd vastgesteld dat verdachte aanmerkelijk nalatig handelde door het kind in het badwater te laten liggen en geen hulp in te schakelen, waardoor het overlijden aan haar schuld te wijten is.
Daarnaast heeft verdachte het lijkje van haar baby gedurende maanden verborgen gehouden met het oogmerk de doodsoorzaak te verbergen. Deskundigen concludeerden dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar was vanwege een posttraumatische stressstoornis en beperkte psychische draagkracht.
De rechtbank hield hiermee rekening bij de strafbepaling en legde een gevangenisstraf van zes maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en onder begeleiding van de reclassering. Verdachte werd veroordeeld voor nalatigheid en het verbergen van het lijkje, maar vrijgesproken van opzettelijke doodslag.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van opzettelijke doodslag, maar veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden voor nalatigheid en het verbergen van het lijkje.