ECLI:NL:RBBRE:2004:AP1333
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige eenzijdige terugplaatsing werknemer door werkgever niet toegestaan
In deze kortgedingprocedure vordert de werknemer, sinds 1995 in dienst en sinds 2002 werkzaam als voorman, terugplaatsing in zijn oorspronkelijke functie en salaris, nadat de werkgever hem zonder instemming terugplaatste naar een lagere functie met een lager salaris en intrekking van ter beschikking gestelde bedrijfsvoorzieningen.
De werkgever stelt dat het vertrouwen in de werknemer als voorman is verdwenen vanwege klachten, en beroept zich op de CAO om de terugplaatsing te rechtvaardigen. De werknemer betwist dit en stelt dat de terugplaatsing zonder gegronde redenen plaatsvindt en onrechtmatig is.
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever niet zonder instemming van de werknemer eenzijdig de arbeidsvoorwaarden mag wijzigen, zeker niet bij substantiële nadelige wijzigingen. Er is onvoldoende bewijs geleverd van gegronde redenen of een verbetertraject. De vordering van de werknemer wordt daarom toegewezen, met herstel van functie, salaris en ter beschikking gestelde voorzieningen, en een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld om werknemer terug te plaatsen in oorspronkelijke functie en salaris en voorzieningen te herstellen.