ECLI:NL:RBBRE:2004:AO7185
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.M. Wouters
- C.J.M. Volkers
- H.W.M. Pulskens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening AOW-pensioen na arrest Wessels-Bergervoet en formele rechtskracht beschikkingen
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de korting van 28% op haar AOW-pensioen, toegepast omdat zij niet verzekerd was geweest van 1964 tot 1978. Na het arrest Wessels-Bergervoet van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat de korting wegens mede-uitsluiting onrechtmatig acht, heeft verweerder haar pensioen herzien met ingang van 1 januari 2002, conform het beleid dat terugwerkende kracht beperkt tot deze datum.
De rechtbank overweegt dat het oorspronkelijke besluit uit 1990 rechtskracht heeft verkregen omdat er destijds geen bezwaar is gemaakt. Het beleid van verweerder om alleen in uitzonderlijke gevallen verder terug te gaan dan 1 januari 2002 is een discretionaire bevoegdheid en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel uit het EVRM. De rechtbank acht dit beleid aanvaardbaar en wijst het beroep af.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de herziening van het AOW-pensioen terugwerkend tot 1990 moet plaatsvinden, zoals eiseres stelt, of tot 2002 zoals verweerder heeft gehandeld. De rechtbank bevestigt dat de terugwerkende kracht van de herziening terecht beperkt is tot 1 januari 2002. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het beleid van de Sociale verzekeringsbank om de herziening van het AOW-pensioen terug te laten werken tot 1 januari 2002 wordt bevestigd.