ECLI:NL:RBBRE:2004:AO7184
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.M. Wouters
- C.J.M. Volkers
- H.W.M. Pulskens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening AOW-toeslag in verband met arrest Wessels-Bergervoet
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin de toeslag op zijn AOW-pensioen met ingang van 1 oktober 1999 werd herzien. De kern van het geschil betreft de vraag of de ingangsdatum van deze herziening correct is, mede in het licht van het arrest Wessels-Bergervoet van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
De rechtbank overweegt dat het EHRM in het arrest Wessels-Bergervoet het gelijkheidsbeginsel heeft bevestigd en dat de destijds geldende uitsluiting van de gehuwde vrouw en de daarop gebaseerde kortingen op de AOW-toeslag in strijd zijn met dit beginsel. Verweerder heeft beleid geformuleerd waarbij herzieningen van beschikkingen met formele rechtskracht in beginsel met terugwerkende kracht tot de datum van het arrest worden verricht, met een uitzondering dat herzieningen slechts maximaal een jaar terugwerkende kracht hebben indien formele rechtskracht bestaat.
Aangezien eiser geen bezwaar heeft gemaakt tegen het oorspronkelijke toekenningsbesluit uit 1998, heeft dit besluit formele rechtskracht. De herziening met ingang van 1 oktober 1999 is daarom aanvaardbaar en het beroep wordt ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van dit beleid rechtvaardigen.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening van de AOW-toeslag met ingang van 1 oktober 1999 wordt ongegrond verklaard.