ECLI:NL:RBBRE:2004:AO3879
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Peters
- Geurts-De Veld
- Rechtspraak.nl
Gekwalificeerde doodslag tijdens geplande beroving met excessief geweld
Op 18 juli 2003 beraamden verdachte en zijn mededaders een beroving in Tilburg, waarbij zij uit verveling en geldgebrek besloten iemand te beroven en te vechten. Zij kozen drie willekeurige slachtoffers uit, waaronder het slachtoffer B. R., en benaderden hen met geweld. Tijdens de beroving vluchtte B. R., waarna hij in een gevecht met mededader G. werd neergestoken met een mes.
Het slachtoffer overleed later aan vier steekwonden in de rug die vitale organen hadden doorboord. Verdachte ontkende opzet op de dood van het slachtoffer en stelde zich te hebben gedistantieerd door weg te rijden, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte de vechtpartij van nabij had gevolgd en niet had ingegrepen. De rechtbank kwalificeerde verdachte als medepleger, omdat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden.
De rechtbank sprak verdachte vrij van moord wegens gebrek aan kalm beraad, maar veroordeelde hem voor gekwalificeerde doodslag, voorafgegaan door poging tot diefstal met geweld. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van zeven jaar opgelegd. Daarnaast werd hij hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor schadevergoedingen aan de drie slachtoffers, met betalingsverplichtingen aan de Staat en vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het misdrijf, de impact op de slachtoffers en nabestaanden, en het actieve maar minder grote aandeel van verdachte. Verdachte had een blanco strafblad en toonde spijt over het tragische verloop, maar niet over het plan om te beroven en geweld te gebruiken.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag tijdens geplande beroving.