ECLI:NL:RBBRE:2003:AO0580
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming van woning door niet-geregistreerde samenwoner zonder medehuurderschap
In deze zaak vordert de vrouw, die sinds 1981 huurder is van een woning, de ontruiming van de man met wie zij sinds 1985 samenwoont, maar die niet als medehuurder geregistreerd staat. De relatie tussen partijen is verslechterd en de vrouw heeft de man gesommeerd de woning te verlaten. De man betwist dat hij geen medehuurder is en stelt dat hij op grond van de langdurige samenwoning en investeringen medehuurder moet worden erkend.
De kantonrechter stelt vast dat de man niet geregistreerd is als medehuurder en dat er geen verzoek tot medehuurderschap is ingediend zoals vereist door de wet. Analoge toepassing van de artikelen 7:266 en 7:267 BW wordt verworpen omdat deze bepalingen uitsluitend gelden voor gehuwden of geregistreerde partners. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt omdat er geen zwaarwegende omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen.
De conclusie is dat de man zonder recht en titel in de woning verblijft en de vordering tot ontruiming toewijsbaar is. Gezien de lange samenwoning en ambivalente houding van de vrouw wordt aan de man een ontruimingstermijn van acht weken gegund, met een dwangsom gemaximeerd op € 50.000,-.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld de woning binnen acht weken te verlaten met een dwangsom bij nalatigheid.