ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9920
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Peters
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belastingfraude wegens onrechtmatig bewijs uit België
De rechtbank Breda behandelde een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1994 tot en met 1999. De zaak draaide met name om gegevens afkomstig uit België, verkregen via microfiches van de Kredietbank Luxembourg.
De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanwijzingen waren dat de Belgische opsporingsautoriteiten onbehoorlijk hadden gehandeld, het Nederlandse justitieapparaat niet in strijd met de procesorde had gehandeld en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk.
Echter, vanwege de onrechtmatigheid van het buitenlandse bewijs werd dit uitgesloten van bewijsvoering. De verklaringen van getuigen en andere stukken boden onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte rente-inkomsten had verzwegen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs en onrechtmatige bewijsverkrijging uit België.