ECLI:NL:RBBRE:2003:AL1765
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bakx
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig verkregen bewijs bij doorzoeking woning coffeeshophouder
De zaak betrof een coffeeshophouder die werd verdacht van het bezit van softdrugs. De politie betrad de woning op grond van artikel 9 Opiumwet Pro en vond softdrugs in een kast in de slaapkamer na het openen van een niet afgesloten kastdeur. De politierechter oordeelde dat hoewel de politie bevoegd was om de woning en kamers te betreden, het openen van kastdeuren en het bekijken van tassen binnen die kast doorzoekingsactiviteiten zijn die niet waren toegestaan zonder daartoe bevoegde autoriteit.
Het bewijs in de vorm van de gevonden softdrugs werd daarom als onrechtmatig verkregen aangemerkt en uitgesloten op grond van artikel 359a Sv. De bekentenis van verdachte, die pas na confrontatie met het bewijs werd afgelegd, kon niet als aanvullend bewijs dienen. Hierdoor ontbrak voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastelegging.
De politierechter sprak verdachte vrij. Tevens werd benadrukt dat de verdachte als coffeeshophouder een andere juridische positie heeft en dat de reactie op de overtreding eerder van economische aard zou moeten zijn dan strafrechtelijk.
De uitspraak onderstreept de grenzen van de betredingsbevoegdheid onder de Opiumwet en het belang van rechtmatige bewijsverwerving.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatig verkregen bewijs door onrechtmatige doorzoeking van een kast in de woning.