ECLI:NL:RBBRE:2003:AF9177
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.G.M. Wouters
- G.M.J. Kok
- C.J.M. Volkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en mate arbeidsongeschiktheid volgens WAO
Eiser, voormalig timmerman, stelde beroep in tegen het besluit van UWV Bouwnijverheid om hem een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45% per 11 maart 2002. De rechtbank beoordeelde de medische en arbeidskundige rapportages, waaronder het gebruik van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) ter vaststelling van de arbeidsmogelijkheden.
De verzekeringsarts constateerde beperkingen door spondylose, met name bij zitten, staan, lopen, tillen en andere fysieke belastingen. De arbeidsdeskundige onderzocht de restverdiencapaciteit en stelde dat eiser ongeschikt was voor zijn oude beroep, maar passend voor functies als sjouwer, meteropnemer en mogelijk portier, waarbij het CBBS werd gebruikt om de functiebelasting te vergelijken met de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
Hoewel de rechtbank twijfels had over de functie van interieurverzorger vanwege onduidelijkheid over de afwisseling van zitten, staan en lopen, achtte zij vervanging door andere functies passend. De rechtbank erkende dat de arbeidsdeskundige onvoldoende aandacht had besteed aan bepaalde signaleringen van het CBBS, maar concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld. Het CBBS wordt als een geschikt hulpmiddel gezien en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% wordt bevestigd.