ECLI:NL:RBBRE:2003:AF4651
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen executie ontruimingsvonnis na betaling huurachterstand
In deze zaak gaat het om een bezwaar tegen de executie van een vonnis van de kantonrechter waarbij huurders zijn veroordeeld tot betaling van een huurachterstand en ontruiming van de woning. De huurders betaalden de volledige vordering aan de deurwaarder nadat deze hen had toegezegd dat betaling de ontruiming zou voorkomen.
De deurwaarder had deze toezegging gedaan zonder toestemming van de verhuurder, die juist wilde dat de ontruiming doorging. De deurwaarder stelt dat hij ondanks zijn foutieve handelen niet zonder toestemming tot ontruiming mag overgaan. De verhuurder stelt dat de ontruiming en ontbinding van de huurovereenkomst losstaan van de betalingsverplichting en dat betaling de ontruiming niet verhindert.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de deurwaarder bevoegd wordt geacht om dergelijke toezeggingen te doen en dat de huurders erop mochten vertrouwen. Gezien de tijdige volledige betaling is verdere executie ontoelaatbaar. De deurwaarder heeft zich terecht tot de voorzieningenrechter gewend om dit bezwaar te laten beoordelen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter oordeelt dat na volledige betaling van de huurachterstand de ontruiming niet zonder toestemming mag worden voortgezet.