ECLI:NL:RBBRE:2003:AF2964
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen dwangbevel wegens niet-betaalde verkeersboete
Betrokkene had een administratieve sanctie van €34,04 opgelegd gekregen wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom. Hoewel zij het oorspronkelijke bedrag tijdig betaalde, liet zij de verhogingen onbetaald, waardoor een dwangbevel werd uitgevaardigd voor het restantbedrag van €17,02, dat door verdere verhogingen opliep tot €145,55.
Betrokkene tekende verzet aan tegen het dwangbevel omdat zij dacht tijdig betaald te hebben en zich niet bewust was van de verschuldigde verhogingen. De officier van justitie stelde aanvankelijk het verzet ongegrond, maar erkende later gezien de omstandigheden en de geringe hoogte van het restantbedrag het verzet gegrond te verklaren en stelde voor van verder verhaal af te zien.
De kantonrechter oordeelde dat het verzet gegrond is en vernietigde het dwangbevel. Tevens werd bepaald dat reeds betaalde bedragen aan betrokkene worden terugbetaald en dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De rechter uitte tevens zijn onbegrip over de inzet van zoveel kostenverhogende maatregelen voor een gering bedrag.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt gegrond verklaard en het dwangbevel wordt vernietigd met terugbetaling van reeds betaalde bedragen.