ECLI:NL:RBBRE:2002:AF0777
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing definitief en tijdelijk gebruik woning na beëindiging samenleving
Partijen, die sinds eind 1992 een gezamenlijke huishouding voerden op basis van een samenlevingsovereenkomst, hebben hun relatie begin augustus 2002 beëindigd. Verweerster is vertrokken uit de woning en verblijft tijdelijk bij haar zonen, terwijl verzoeker in de woning is gebleven. Verzoeker lijdt aan Parkinson en zoekt een aangepaste woning, waardoor hij tijdelijk in de woning wil blijven wonen tot hij een geschikte woonruimte heeft.
Verweerster stelt dat zij de meeste aanspraken op de woning heeft omdat zij deze al twintig jaar bewoont en wil het definitieve gebruik van de woning toegewezen krijgen. Zij stelt dat verzoeker alternatieve woonruimte kan vinden en wenst een uitspraak over zowel het tijdelijke als het definitieve gebruik van de woning.
De kantonrechter oordeelt dat het definitieve gebruik van de woning aan verweerster toekomt per 1 maart 2003. Voor de periode tot die datum wordt een tijdelijke regeling getroffen waarbij partijen om de veertien dagen afwisselend de woning mogen gebruiken, te beginnen met verweerster. Iedere partij draagt zijn eigen kosten en er wordt geen bijdrage aan huurkosten toegewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen de tegeneis van verweerster wordt afgewezen.
Uitkomst: Definitief gebruik woning toegewezen aan verweerster per 1 maart 2003; tijdelijke 'op-en-af'-regeling tot die datum.