ECLI:NL:RBBRE:2001:AD6716
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige wachttijd opname psychiatrisch ziekenhuis niet vastgesteld
Eiser, in detentie in het Huis van Bewaring te Vught, werd op grond van een rechterlijke maatregel geplaatst in afwachting van opname in een forensisch psychiatrisch ziekenhuis. Hij wachtte sinds mei 2001 op opname en stelde dat de wachttijd van zeven maanden onrechtmatig was, mede vanwege een onterechte voorwaarde omtrent medicatie.
De Staat erkende dat de voorwaarde inzake medicatie onterecht was gesteld en gaf aan dat opname binnen enkele weken tot zes weken te verwachten was, zonder voorafgaande instemming met medicatie. De rechtbank overwoog dat een termijn van zes maanden analoog aan de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden als rechtmatig geldt, maar dat een termijn van negen maanden als maximum moet worden gezien.
Gezien de feitelijke plaatsing op wachtlijsten en de verwachting dat opname spoedig zal plaatsvinden, oordeelde de rechtbank dat het voortgezet verblijf in detentie niet onrechtmatig is. De rechtbank bepaalde dat indien opname niet voor 2 februari 2002 plaatsvindt, eiser in vrijheid moet worden gesteld. De vordering tot voorschot op immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van ernstig psychisch lijden.
Uitkomst: Eiser wordt op 2 februari 2002 vrijgelaten indien opname in psychiatrisch ziekenhuis dan nog niet heeft plaatsgevonden.