ECLI:NL:RBBRE:2001:AB2581
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering drank- en horecavergunning ondanks behoud rechtsgevolgen
Verzoeker diende op 26 oktober 2000 een aanvraag in voor een drank- en horecavergunning bij de gemeente Breda. Verweerder weigerde deze vergunning op grond van slecht levensgedrag, gebaseerd op strafrechtelijke veroordelingen en incidenten, waaronder twee recente veroordelingen en geweldsincidenten.
Verzoeker stelde dat de aanvraag aan het oude wettelijke regime moest worden getoetst, omdat de wijzigingen in de Drank- en Horecawet pas op 1 november 2000 in werking traden en dat verweerder ten onrechte feiten buiten de vijfjaarstermijn en niet-vervolgde incidenten had meegewogen. De rechtbank oordeelde dat toetsing aan het regime ten tijde van de aanvraag vereist was, maar dat verweerder voldoende gemotiveerd had dat sprake was van slecht levensgedrag binnen de relevante periode.
De rechtbank vernietigde het besluit tot weigering, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven, waardoor verzoeker de horecavergunning niet krijgt. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.