ECLI:NL:RBBRE:2001:AB2002
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horecapand wegens handel in softdrugs
Bij besluit van 4 mei 2001 heeft de burgemeester van Bergen op Zoom het pand Auvergnestraat 34 met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet vanwege structurele handel in softdrugs. Verzoekers, exploitanten en eigenaren van het pand, stelden dat de bovenverdieping als woning in gebruik was en dat de verkoop van softdrugs daar niet tot sluiting mocht leiden. Tevens werd aangevoerd dat de zienswijzeprocedure niet was gevolgd.
De president van de rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat het horecabedrijf en de verkoopruimte op de bovenverdieping een organisatorische eenheid vormden, waardoor sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet gerechtvaardigd was. Hoewel de bovenverdieping mogelijk als woning werd gebruikt, was dit onvoldoende aangetoond, en kon dit in de bezwaarprocedure nader worden onderzocht.
De president concludeerde dat het belang van het tegengaan van de verkoop van softdrugs zwaarder woog dan het belang van verzoekers bij voortzetting van de exploitatie en het gebruik van de bovenverdieping als woning. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het horecapand wegens handel in softdrugs wordt afgewezen.