ECLI:NL:RBBRE:2001:AB1494
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor in zaak tegen Philip Morris over schadelijkheid tabaksproducten
In deze civiele procedure verzochten de eisers een voorlopig getuigenverhoor tegen Philip Morris, gericht op het verkrijgen van opheldering over het beleid en handelen van de tabaksfabrikant met betrekking tot de schadelijke effecten van roken, de bescherming van jeugdigen, en onderzoek naar schadelijkheid.
De rechtbank overwoog dat een voorlopig getuigenverhoor bedoeld is om spoedig na de feiten getuigenverklaringen te verkrijgen en bewijsverlies te voorkomen, en om belanghebbenden inzicht te geven in de feiten om hun positie in een eventueel later geding te bepalen. Het verzoek richt zich specifiek tegen Philip Morris, waardoor het verhoor beperkt moet blijven tot haar handelen en nalaten.
De rechtbank bepaalde dat het aantal te horen getuigen op de eerste dag maximaal vier bedraagt en dat het verhoor zich beperkt tot sigarettenmerken Marlboro, Marlboro Light en Philip Morris. De onderwerpen zijn beperkt tot het beleid en de feiten rondom schadelijkheid, jeugdigenbescherming, toevoegingen in tabaksproducten, en onderzoek door Philip Morris en derden. Vragen over deskundige aspecten mogen niet leiden tot een deskundigenonderzoek.
De behandeling van het verzoek werd aangehouden om ontwikkelingen in vergelijkbare zaken af te wachten. De rechtbank stelde een voorlopige planning en procedurele voorwaarden vast, waaronder het tijdig opgeven van verhinderdagen, onderwerpen en stukken door partijen, en de wijze van oproeping van getuigen.
Uitkomst: De rechtbank gelast een voorlopig getuigenverhoor tegen Philip Morris met beperkingen en houdt de behandeling aan tot 22 mei 2001.