ECLI:NL:RBBRE:2000:AB0336
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Poel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering jachtvergunning voor konijnenbestrijding
Eiser, jachthouder van een gebied met kwetsbare landbouwpercelen, verzocht om een vergunning op grond van artikel 53 van Pro de Jachtwet voor het bestrijden van konijnen en hazen met geweer en lichtbakken. Verweerder weigerde de vergunning omdat reeds een vergunning was verleend aan de Wildbeheereenheid (WBE) in hetzelfde gebied, en verweerder hanteert een terughoudend beleid waarbij vergunningen in beginsel alleen aan WBE's worden verleend.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende en ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom aan eiser de vergunning is geweigerd terwijl deze wel aan de WBE is verleend. Het beleid om vergunningen alleen aan WBE's te verlenen blijkt niet uit de beleidsnota's en is niet onvoorwaardelijk. Bovendien is niet gebleken dat een planmatige en gecoördineerde aanpak van wildbeheer noodzakelijk is voor konijnen in het gebied.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een verkeerde uitleg geeft aan artikel 53 van Pro de Jachtwet door te stellen dat het verlenen van een vergunning aan een WBE een andere bevredigende oplossing is die vergunningverlening aan eiser uitsluit. Dit is onjuist omdat artikel 53 alleen Pro vereist dat geen andere bevredigende oplossing bestaat dan het bejagen van het wild.
Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het ziet op konijnen. Verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het ziet op konijnenbestrijding.