ECLI:NL:RBBRE:2000:AA8822
Rechtbank Breda
- Hoger beroep
- Poerink
- Van den Heuvel
- Van Noort
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontkenning erkenning en bevestiging proceskostenveroordeling
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of eiser terecht een erkenning betwist die door zijn procureur is afgelegd, en of de rechtbank daarop terug kan komen gezien eerdere bindende beslissingen. Eiser betwist de erkenning van zijn procureur en vordert ontkenning van de erkenning en nietigheid van daarop gebaseerde vonnissen. Verweerders stellen dat de erkenning rechtsgeldig is en dat eiser misbruik van procesrecht maakt.
De rechtbank stelt vast dat partijen eerder een bindende eindbeslissing hebben gekregen over de vergoeding die eiser aan appellant verschuldigd is in verband met een borgstelling. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de rechtbank op die bindende beslissing zou terug moeten komen. De rechtbank overweegt dat de erkenning van de procureur geen schade heeft toegebracht aan eiser, omdat de rechtbank ook zonder die erkenning tot dezelfde beslissing zou zijn gekomen.
De vordering tot ontkenning wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident, begroot op fl. 2.120,-. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee wordt bevestigd dat de eerdere vonnissen van 20 oktober 1998 en 14 september 1999 onverminderd van kracht blijven.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontkenning af en veroordeelt eiser in de proceskosten.