ECLI:NL:RBASS:2012:BY5537

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
27 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
334834 / CV 12-7
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:752 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering voor installatie van radiatoren zonder vooraf afgesproken prijs

In deze zaak vordert eiser betaling voor de installatie van vier radiatoren bij een verbouwing, waarvoor geen prijs was afgesproken. De kantonrechter stelt vast dat de installatie geen onderdeel uitmaakte van de hoofdovereenkomst en dat gedaagde aan eiser opdracht heeft gegeven voor deze installatie. Het werk is door eiser naar tevredenheid uitgevoerd.

Partijen hebben geen prijs afgesproken, waardoor op grond van artikel 7:752 lid 1 BW Pro een redelijke prijs verschuldigd is. De kantonrechter weegt de gebruikelijke prijzen en de door eiser gemaakte kosten, waaronder werkloon, brandstof en reisuren, en acht het uurtarief van € 40 exclusief BTW niet onredelijk. Het verweer van gedaagde dat een gunstiger tarief was afgesproken wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs.

De kantonrechter wijst de vordering toe tot een bedrag van € 954,13 aan hoofdsom, € 300 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 51,44 aan rente, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een redelijke prijs voor de installatie van radiatoren en bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector kanton
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 334834 \ CV EXPL 12-7
Vonnis van de kantonrechter van 27 november 2012
in de zaak van
[eiser], h.o.d.n. [X],
hierna te noemen: [eiser],
wonende te [adres],
eisende partij,
gemachtigde: Noppe & Van der Zwaag gerechtsdeurwaarders,
tegen
Martijn [gedaagde],
hierna te noemen: [gedaagde],
wonende te [adres],
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1. De procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 25 september 2012, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
1.2 Ter uitvoering van dit tussenvonnis zijn nog de volgende stukken ingediend:
- de akte uitlating en vermindering van de zijde van [eiser];
- de brief van 15 oktober 2012 van de zijde van [gedaagde].
1.3 Ten slotte is de datum voor het vonnis nader vastgesteld op vandaag.
De verdere beoordeling
2. De kantonrechter handhaaft alles wat hij heeft overwogen en beslist in het tussenvonnis van 25 september 2012.
3. [eiser] heeft bij akte van 9 oktober 2012 zijn vordering voor wat betreft de hoofdsom verminderd met € 779,49 en zijn overige vorderingen gehandhaafd.
4. De kern van het verweer van [gedaagde] is dat partijen een mondelinge afspraak hebben gemaakt. Daarbij is afgesproken, aldus [gedaagde], dat [eiser] aan [gedaagde] tegen een zo gunstig mogelijk tarief de radiatoren zou leveren. Letterlijk heeft [eiser] gezegd: "Ik lever je ze voor een prijs waar jij ze niet in de reguliere handel kunt krijgen." Dit verweer van [gedaagde] is door [eiser] gemotiveerd tegengesproken. Ter comparitie van 28 maart 2012 heeft [gedaagde] bewijs aangeboden door het horen van een getuige, te weten zijn toenmalige aannemer [Y]. Sindsdien heeft [gedaagde] uitgebreid de gelegenheid gekregen deze getuige te achterhalen, wat niet is gelukt. Meer of ander bewijs heeft [gedaagde] niet aangeboden. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet in het bewijs van zijn standpunt is geslaagd. Gelet op de betwisting door [eiser] zal de kantonrechter het verweer van [gedaagde] op dit punt verwerpen.
5.1 Vast staat dat de installatie van de vier radiatoren geen onderdeel uitmaakte van de
(hoofd-)aanneemovereenkomst met [Y]. Vast staat tevens dat [gedaagde] aan [eiser] opdracht heeft gegeven tot de installatie van deze vier radiatoren. Ten slotte staat vast dat [eiser] het werk goed heeft gedaan, zoals [gedaagde] ter comparitie heeft verklaard.
5.2 Partijen hebben geen prijs afgesproken. Op grond van artikel 7:752 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is [gedaagde] dan een redelijke prijs verschuldigd. Daarbij wordt rekening gehouden met de door de aannemer ten tijde van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijzen en met de door hem ter zake van de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen. Voor wat betreft de door [gedaagde] gestelde verwachtingen is hierboven al overwogen dat dat verweer wordt verworpen. Voor wat betreft de door [eiser] te berekenen prijzen heeft deze ter comparitie - onder meer - het volgende verklaard: "Tussen kerst en oud en nieuw heb ik het werk gedaan. [gedaagde] zat nogal moeilijk, aangezien in januari de vloer moest worden gestort en het vroor erg. Voor januari moest de warmte erin. (…) Ik vroeg hem waar de radiatoren waren en waarschuwde hem dat ik alleen de volgende dag nog kon installeren en dat ik de radiatoren dan eventueel mee kon nemen, aangezien het daarna oud en nieuw was en ik tijdens die dagen niet wilde werken. (…) Op mijn rekening staan geen voorrijkosten (dieselolietoeslag). Ik heb 220 km heen en terug gereden en alleen de uren en de diesel berekend. Natuurlijk heb ik marge op de radiatoren. Alles moest erg haastig en snel gebeuren. Ik heb geen voorrijkosten en ook geen rente berekend.". (…) "Ik bereken geen voorrijkosten, want die zitten namelijk al in die marge. De groothandel heeft brutoprijzen, maar ik heb een conditie bedongen, zodat ik meer marge krijg. Als ik die marge niet zou hebben, zou ik nooit op dat loon, exclusief voorrijkosten, kunnen komen."
De kantonrechter overweegt dat [eiser] voor de vier radiatoren heeft berekend wat hij gewoonlijk aan een consument in rekening brengt. Daarnaast heeft [eiser] brandstoftoeslag en 8 uur werkloon gerekend à € 40,00 exclusief BTW. Daarbij zijn de uren aan de installatie van de vier radiatoren en de reisuren gerekend. Gelet op de gereden afstand acht de kantonrechter het niet onredelijk dat [eiser] ook de reisuren heeft gerekend. De kantonrechter acht een uurtarief van € 40,00 exclusief BTW niet onredelijk. Bij dit alles dient te worden bedacht dat [eiser] eigenlijk vakantie had maar de klus heeft gedaan om [gedaagde] 'uit de kou te helpen'. Al met al acht de kantonrechter de declaratie redelijk zodat hij de vordering van [eiser] zal toewijzen.
6. Uit de stukken in het dossier is de kantonrechter gebleken dat de gemachtigde van [eiser] buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft gedaan van een dusdanige omvang dat deze de vordering op dit punt rechtvaardigen. Het toe te wijzen bedrag is gebaseerd op de oorspronkelijke hoofdsom nu de deelbetaling na de dagvaarding plaatsvond.
7. De gevorderde rente is niet weersproken en toewijsbaar, zijnde op de wet gegrond.
8. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van deze procedure zoals hierna in de beslissing is vermeld. Aangezien [eiser] ter comparitie zonder gemachtigde is verschenen, rekent de kantonrechter in totaal twee punten (dagvaarding en twee akten) à € 150,00 conform het liquidatietarief van de sector kanton.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 954,13 aan hoofdsom, € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 51,44 aan rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.733,62 vanaf 1 december 2011 tot 7 januari 2012, en over € 954,13 tot aan de dag van de volledige betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser] gevallen, welke kosten tot op heden worden begroot op € 83,31 voor de dagvaarding,
€ 207,00 voor het vastrecht en € 300,00 voor het salaris van de gemachtigde van [eiser];
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst - voor zoveel nodig - af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2012.
typ/conc: 220 / GJJS
coll: