ECLI:NL:RBASS:2012:BY2948
Rechtbank Assen
- Proceskostenveroordeling
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing openbaar karakter van pad langs woning en handhaving
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of een pad langs een woning sinds 1902 onafgebroken openbaar toegankelijk is geweest, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro de Wegenwet. Verweerder had een last onder dwangsom opgelegd om fysieke belemmeringen op het pad te verwijderen, omdat het pad als openbaar werd beschouwd. Na bezwaar en een advies van een commissie kwam verweerder tot het oordeel dat het pad niet openbaar was en herzag het besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar het openbare karakter van het pad. De commissie concludeerde dat niet voldoende aannemelijk was gemaakt dat het pad openbaar is, maar verweerder had wel nader onderzoek moeten verrichten, onder meer door getuigen te horen en verklaringen te wegen. Er zijn tegenstrijdige verklaringen van oud-bewoners en getuigen over het gebruik en de toegankelijkheid van het pad.
De rechtbank benadrukt dat in een handhavingsprocedure het bestuursorgaan een onderzoeksplicht heeft om te bepalen of sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift. Verweerder mocht zich niet onthouden van een standpunt over het openbare karakter en alleen volstaan met het niet kunnen vaststellen van een overtreding. Ook moet bij de beoordeling rekening worden gehouden met de aard van het verkeer dat het pad gebruikt.
Gelet op de onduidelijkheid en het ontbreken van een gedegen onderzoek wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en dient het griffierecht te worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot handhaving wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar het openbare karakter van het pad.